Lezersreacties: waardevolle bijdrage of bagger?

Kunnen brave burgers de journalistiek redden, zoals de Amerikaanse journalist Dan Gillmor denkt? Of ontstaan er ‘Iraakse toestanden’ en hebben hooligans en trollen de overhand als je lezers de mogelijkheid geeft om te reageren op online artikelen? Henk Blanken (Dagblad van het Noorden), Rogier Swagerman (Nu.nl) en Edo Sturm (Trouw) over de zin en onzin van lezersreacties.


Bagger. Het is een woord dat je meer dan eens tegenkomt wanneer je journalisten vraagt naar hun ervaringen met lezersreacties via internet. Zelfs Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden en één van de grote Nederlandse protagonisten van het idee dat journalisten meer moeten luisteren naar hun lezers, geeft grif toe dat het experiment van zijn krant om lezers op artikelen te laten reageren, regelmatig tot ongewenste bijdragen leidt.

Het was iets waar Blankens voormalige collega van de Volkskrant Bard van de Weijer al voor waarschuwde voordat het Dagblad van het Noorden op 1 oktober van start ging met zijn nieuwe site met lezersreacties. “Ik vrees dat de macht van de online hooligan te groot is: telkens als een medium iets publiceert wat een groep tegen de borst stuit, krijg je Iraakse toestanden op je website”, schreef Van de Weijer op het weblog van Blanken. “Enige selectie aan de poort is volgens mij noodzakelijk om interessante bijdragen te krijgen.”

Een kleine drie maanden later moet Blanken Van de Weijer enigszins gelijk geven. “Wat ik heb onderschat is de Wet van Behoud van Bagger”, analyseert Blanken. “Je krijgt op internet gegarandeerd je portie. Ik houd niet van censuur en niet van filters, maar de wet stelt ook zijn grenzen: belediging en smaad en nog zo wat zaken kunnen wij niet ongemodereerd laten staan. En dat willen we ook niet.”

Te veel lager opgeleiden

Het is inderdaad niet denkbeeldig dat een nieuwssite wordt aangesproken op de reacties die (doorgaans anonieme) lezers achterlaten. Het Hamburgse Hof van Eerste Aanleg bepaalde onlangs dat de Duitse ict-nieuwssite Heise verantwoordelijk is voor de bijdragen van zijn lezers. In Nederland bestaat er geen jurisprudentie in een vergelijkbare zaak, al komt de zaak van Deutsche Bahn tegen Indymedia dicht in de buurt. In dit kort geding bepaalde de Amsterdamse rechter R. Orobio de Castro dat de actiesite links naar het Duitse blad Radikal moest verwijderen.

Daarbij hanteerde Orobio de Castro voor Indymedia dezelfde regels die gelden voor hostingproviders. “Kort gezegd komt dat erop neer dat de houder van de website aansprakelijk is zodra hij van het onwettige karakter van de uiting van de lezer op de hoogte is gesteld en hij niet in actie komt om deze te verwijderen”, legt Christiaan Alberdingk Thijm, destijds raadsman van Indymedia, uit. Volgens de internetadvocaat bestaat er voor sites echter geen verplichting om bijdragen van bezoekers te ‘monitoren’.

Ook los van eventuele juridische consequenties zullen veel serieuze internetmedia reacties die de fatsoensgrenzen overschrijden, weigeren of verwijderen. Zelfs veelbezochte weblogs zoals Geenstijl.nl en VKmag stellen grenzen aan de commentaren van lezers. Beide blogs laten alleen reacties toe van mensen die zich hebben geregistreerd. Bezoekers die zich misdragen, worden bestraft met een ip-ban: zij kunnen geen commentaren meer posten. “Omdat er iets te veel lager opgeleiden de comments verzieken, moet je tegenwoordig een VK Member zijn om je ongezouten mening te kunnen geven”, schrijft VKmag.

Ook het Dagblad van het Noorden, waar de redactie de reacties pas na publicatie (eventueel) modereert, heeft last van ‘een klein groepje trollen, ofwel lastpakken, ofwel lieden die niets liever doen dan de site het leven zuur maken’, aldus Blanken. “Het heeft even geduurd voordat we wisten hoe we daar mee om moeten gaan: ip-bans lijken een tamelijk goed werkend middel.”

Islamgerelateerde kwesties

De grote hoeveelheid onzinnige reacties is voor Nu.nl reden om helemaal geen lezersbijdragen te plaatsen. Volgens Rogier Swagerman, hoofdredacteur van Nu.nl, zou het modereren van de reacties te veel tijd kosten. Hij zet zijn redacteuren liever in voor zaken ‘waar bezoekers meer aan hebben’. “Ik denk dat een site een bepaalde focus moet hebben om succesvol te zijn. Nu.nl brengt nieuws en is geen forum. Als ik de reacties bij bijvoorbeeld De Telegraaf op de site zie, zit daar niet zoveel toegevoegde waarde bij.”

Ook zonder directe reactiemogelijkheid ontvangt de redactie van de grootste Nederlandse nieuwssite al ongeveer vijfhonderd reacties per dag. Daar zitten bruikbare tips bij, maar ook ‘heel veel troep’. “Het sturen van een mailtje is veel laagdrempeliger en totaal iets anders dan het schrijven én versturen van een brief naar een krant: dan denk je wel even na over wat je schrijft”, stelt Swagerman. “Het meerderdeel van de reacties die wij binnenkrijgen, is bagger.” Het gaat daarbij bijvoorbeeld om racistische bijdragen. “Maar ook om religieuze zienswijze van allerlei pluimage en andere ideologieën, de één minder fraai dan de ander”, aldus Swagerman.

Het is een fenomeen dat bij elke online redactie bekend is. Bepaalde onderwerpen lokken heftige reacties uit. “Met name islamgerelateerde kwesties”, weet Edo Sturm, internetredacteur van dagblad Trouw. “De reacties zijn bij dergelijke onderwerpen lang niet allemaal even genuanceerd. Goed modereren is dan het devies.” Sturm schat dat het bekijken van de circa honderd reacties die er dagelijks binnenkomen, een half uur à een uur kost. “Dat is goed te behappen.”

Lezers vinden het prettig als hun reacties worden geplaatst. “Mensen praten graag terug online”, stelt Blanken. “Uit onderzoek weten we dat de ene helft het vanzelfsprekend vindt dat ze ongemodereerd kunnen reageren, terwijl de andere helft het even vanzelfsprekend vindt dat je als redactie vooraf modereert. We proberen de lezers, die dat ook niet gewend zijn, duidelijk te maken dat ze een rol hebben, als een soort collectieve moderator, en dat gaat steeds beter.”

Hardhouten dakgoten

Is de reactiemogelijkheid alleen een uitlaatklep voor de lezer of kunnen journalisten er ook van profiteren? De Amerikaanse journalist Dan Gillmor denkt van wel. Hij schrijft in zijn boek ‘We the media’ (op De Nieuwe Reporter gerecenseerd door Martijn de Waal) dat de media beter moeten luisteren naar de lezer. En hoe kan dat nu beter dan via lezersreacties? Gillmor heeft er zelf goede ervaringen mee. Via zijn weblog ontving hij regelmatig aanvullingen of kritiek op zijn artikelen. “Mijn lezers weten meer dan ik”, is de conclusie die Gillmor trekt.

Ook Blanken gelooft dat dit het geval is. Op zijn blog vergelijkt hij journalisten met artsen die de afgelopen jaren hardhandig hebben geleerd dat er mondige patiënten zijn die meer van hun kwaal weten dan zij zelf. Journalisten zullen zich eveneens aan moeten passen aan de veranderde samenleving, vindt Blanken. “Ook onze lezers weten – net als patiënten bij artsen – meer dan wij, zij het van heel weinig. Van dat ene ongeluk in de straat. Van de regelgeving over hardhouten dakgoten. Van de ruzies in de raad van bestuur.”

“Ik geloof erg in het credo van Dan Gillmor die zegt dat je lezers per definitie meer weten dan jij, en dat je dus open moet zijn. En ik zie ook dat lezers wel degelijk bereid zijn nieuws te corrigeren, of tips te geven”, stelt Blanken. “Overigens zien ook mijn collega’s bij Dagblad van het Noorden met enige regelmaat dat het nuttig is dat lezers direct op hun berichten kunnen reageren.”

Bij Trouw, dat vier jaar geleden als eerste landelijke dagblad begon met het toelaten van lezersreacties onder artikelen, lezen redacteuren eveneens wat voor commentaar ze van de internetlezers krijgen. Sturm: “Peilen kan ik natuurlijk niet, maar ik hoor het wel meer en meer om me heen van collega’s die elkaar wijzen op de lezersreacties die ze hebben gehad.”

Chatroom

“Bij Nu.nl leest elke redacteur de reacties en ik moet zeggen dat we er flink wat uithalen”, aldus Swagerman. De hoofdredacteur van Nu.nl denkt dat niche-sites er het beste in slagen om waardevolle reacties van bezoekers uit te lokken. “Hoe groter het publiek, hoe minder interessant. Nieuwssites die zich richten op een bepaalde hobby of vakgebied, trekken lezers die helemaal in de materie zitten. Zo’n groep is het beste in staat om een vruchtbare discussie op te zetten. Webwereld en Emerce zijn in mijn ogen al te algemeen om iets toe te voegen. Tweakers.net is een goed voorbeeld, maar daar is het meer het forum dat interessant is.”

Sturm en Blanken denken dat ook algemene nieuwssites prima in staat zijn om interessante lezersdiscussies te entameren. Blanken noemt het weblog-experiment van de Volkskrant en de lezersdiscussies van de Noorse krant VG als voorbeelden, terwijl Sturm ‘chauvinistisch’ voor Trouw kiest. “Wij kaarten maatschappelijke problemen aan die meer mensen dieper raken dan bijvoorbeeld de onderwerpen op Webwereld.”

Blanken is tussen de reacties op de site van het Dagblad van het Noorden nog ‘geen burgerjournalistiek van niveau’ tegengekomen. De kwaliteit van de commentaren valt nog tegen. “Omdat het zo direct is, is de neiging groot er een chatroom van te maken.”

Dit artikel verscheen op De Nieuwe Reporter.