Nog altijd dorpsruzies bij jubilerend DDS

Een ‘wereldwijd netwerk’, de ‘electronic super highway’, het ‘informatiemedium van de toekomst’, ‘internationale computernetwerken’, ‘cyber space’, een ‘elektronisch werelddorp’. Journalisten moesten begin 1994 nog behoorlijk wat moeite doen om hun lezers uit te leggen wat dat ‘Internet’ (destijds nog met een hoofdletter) toch was.

Slechts een paar duizend Nederlanders maakten destijds gebruik van het wereldwijde netwerk dat volgens NRC Handelsblad van 28 december 1993 ‘al meer dan 20 miljoen mensen in staat stelt met behulp van een computer via de telefoon met elkaar en met talloze gegevensbanken contact te leggen’.

De Nederlandse internetgebruikers waren voornamelijk medewerkers van universiteiten en een handvol ‘early adopters’ die gebruikmaakten van de eerste algemene providers, zoals Hacktic (nu bekend onder de naam XS4ALL).

En toen ging in Amsterdam De Digitale Stad (DDS) van start. Eindelijk een duidelijke metafoor voor een computernetwerk. Het is ‘een soort Almere in de computer’, schreef Trouw op de dag dat DDS van start ging. ‘Het is Amsterdam niet, want gloednieuw, maar er wonen wel heel veel Amsterdammers.’

Net als in een gewone stad waren er in DDS huizen (homepages van ‘bewoners’), cafés (chatboxen), een postkantoor (e-mail), een bibliotheek (met krantenknipsels en elektronische tijdschriften) en een gemeentehuis (met informatie over de politiek).

Politiek

Dat laatste was vanwege de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 1994. Het idee was dat Amsterdammers via DDS informatie konden inwinnen over de gemeente. Bestuurlijke informatie was online gezet, vierhonderd ambtenaren hadden een e-mailadres gekregen en raadsleden zouden in DDS ‘digitale debatten’ gaan voeren.

“Naast, of in plaats van, het eenrichtingverkeer van de massamedia moet de nieuwe infrastructuur de burger een kans geven niet alleen informatie te consumeren, maar daar actief aan deel te nemen”, aldus NRC Handelsblad eind 1993. DDS als middel om de kloof tussen burger en politiek te verkleinen.

Een groot succes werd dat aanvankelijk niet. “De politici gingen niet in discussie met de burger”, aldus Joost Flint, de huidige directeur van DDS. “Bij de verkiezingen van 1998 hadden we meer succes. Er was toen een ‘verkiezingsplein’ in de stad waar meer dan vierhonderd lokale partijen aan bijdroegen.”

Dds.multcult

De meeste bezoekers van DDS kwamen niet voor de politieke informatie, maar voor elkaar: voor de mogelijkheden die het systeem bood om contact te leggen met anderen. De cafés puilden uit, duizenden mensen maakten een e-mailadres aan. Als er over politiek gepraat werd, dan gebeurde dat in één van de discussiegroepen.

De meeste politieke discussies vonden in 1994 plaats in de nieuwsgroepen van DDS. Vooral dds.multcult (over de multiculturele samenleving) werd druk bezocht. Een zekere Rinus Visser zorgde daar voor de nodige commotie door in zijn bijdragen te ageren tegen de ‘politiek correcte opvattingen’ over de multiculturele samenleving – destijds een stuk minder gebruikelijk dan nu.

Antiracistische organisaties eisten dat Visser zijn berichten zou verwijderen en toen hij daar geen gehoor aan gaf, stapten zij naar DDS met dezelfde eis. Ook DDS legde de wensen van de racismebestrijders naast zich neer. Het censureren van berichten is niet de taak een provider, meende DDS. ‘De discussiegroepen werden goed ontgonnen’, lacht Marleen Stikker, de eerste ‘burgemeester’ van DDS.

Modembankje

“Wij wilden mensen op het internet brengen”, aldus Stikker. “Zelf zat ik sinds de zomer van 1993 op internet. Internet was destijds nog vrij nerdy. Ik had mezelf Unix aangeleerd. Ik kon niemand van mijn vrienden zo ver krijgen dat ze ook een internetaansluiting namen.”

DDS bracht daar verandering in. Opeens konden duizenden mensen op een laagdrempelige manier kennismaken met de mogelijkheden van internet. In Amsterdam was nauwelijks nog een modem te krijgen. De inbellijnen van DDS waren permanent bezet. Wie contact wilde maken met de stad, moest vaak tientallen keren opnieuw inbellen. “We hadden één modembankje met dertig modems”, herinnert Flint zich. “Vaak stonden er honderd mensen in de rij om binnen te komen.”

Wie zelf geen computer met modem had, kon bij vijf openbare gelegenheden in Amsterdam inloggen. In het politiek-cultureel centrum De Balie (één van de initiatiefnemers van DDS), de openbare bibliotheek, het stadhuis en het Stedelijk Museum stonden computers waarmee mensen dertig minuten gebruik konden maken van DDS. Na dertig minuten werd de verbinding verbroken en was iemand anders aan de beurt.

Pleinen

Na het aanvankelijke succes kwamen de problemen voor DDS. Eind 1994 hielden de overheidssubsidies op. “In 1995 was het bijna onmogelijk om een businessplan te schrijven voor DDS”, aldus Stikker. “Je moest proberen om geld te verdienen met internet, terwijl de meeste Nederlanders nog niet eens wisten wat internet was”, beaamt Flint.

Desondanks slaagde DDS erin het hoofd boven water te houden. “We verkochten onze kennis”, legt Flint uit. “In 1995 startten we met pleinen in de stad. Daarvoor kwam ook interesse van bedrijven. IBM wilde bijvoorbeeld een eigen plein, omdat ze geen site hadden.”

DDS kreeg het ook moeilijk omdat steeds meer bedrijven zich op internet stortten. De providers en internetbedrijfjes schoten als paddestoelen uit de grond. Mensen konden in hun eigen woonplaats inbellen. Goedkoper dan als ze contact moesten maken via DDS in Amsterdam.

Eind jaren negentig kwam daar de internethype overheen. “Internetbedrijven kregen veel geld van investeerders en mochten verlies maken”, aldus Flint. “DDS werd door deze gespecialiseerde bedrijven overlopen. We konden niet meer concurreren. DDS kwam in de knel.”

Half miljoen

Eind jaren negentig balanceerde DDS op de rand van de afgrond. De stichting waarin DDS was ondergebracht besloot de stad in februari 2000 te verkopen aan Flint en zijn mededirecteur Chris Göbel. Volgens Erik Huizer, voorzitter van de stichting, had DDS op dat moment een schuld van een half miljoen gulden.

De verkoop van DDS aan de directie was de enige oplossing, stelt Flint. “We moesten op dat moment ook kijken naar de werkgelegenheid. Wil je allerlei mensen op straat zetten?”

Stikker heeft forse kritiek op de gang van zaken. “DDS is op een verkeerde manier geprivatiseerd. Het stichtingsbestuur heeft te weinig garanties gevraagd om het publieke domein van DDS te beschermen. De honderdduizenden mensen die de stad groot hebben gemaakt, bleven in de kou staan.”

DDS staakte in 2001 de sponsoring van enkele tientallen projecten die bij de stad onderdak hadden gekregen. Onder meer de populaire webcamsite Cam@Home moest daardoor weg bij DDS. ‘DDS is DDS niet meer’, aldus Corrie van Cam@Home destijds tegenover WebWereld. Ook maakte DDS een einde aan de gratis e-mailadressen. DDS werd een betaalde provider.

Bewonersvereniging

Een poging van een groep ongeruste gebruikers, verzameld in de Vereniging Open Domein (VOD), om het ‘publieke domein’ van DDS te redden, stuitte op onwil van DDS. De onderhandelingen tussen de bewonersvereniging en DDS verliepen moeizaam en eind april 2001 werden de gesprekken definitief gestaakt.

Flint heeft te veel zijn eigen belang laten prevaleren, meent Stikker. ‘Het is kwalijk dat hij niet heeft meegewerkt met de plannen van de bewonersvereniging’, zegt Stikker. Volgens haar is er nog altijd veel behoefte aan de diensten die DDS de eerste jaren bood. ‘Succesvolle, niet-commerciële diensten op internet hebben het lastig, bijvoorbeeld doordat ze veel dataverkeer genereren. Er is een grote behoefte aan publieke bandbreedte.’

Flint verwerpt de kritiek. ‘Marleen Stikker was in 1994 actief bij DDS betrokken. Hoe kan zij nou oordelen over de onderhandelingen met Vereniging Open Domein?’ Flint bagatelliseert het belang van de bewonersvereniging. ‘Die vereniging was niet echt groot. Er zaten 150 mensen bij. Bovendien lag de VOD veel onderling overhoop.’

‘DDS heeft zijn rol vervuld’, aldus Flint. ‘Wij hebben de keuze gemaakt om ons te richten op het bieden van internettoegang. Daar gaan we niet allerlei dingen naast doen.’

Naam

Het tienjarig bestaan viert de provider met een donatie van vijfduizend euro aan Spamvrij.nl. DDS is een normale provider geworden, zoals er zoveel zijn. Als internetaanbieder is DDS volgens Flint ‘een succes’. ‘Inmiddels heeft DDS tienduizend abonnees’, aldus de directeur. Hoe de verhouding tussen inbellers en adsl-gebruikers ligt, wil hij niet zeggen.

Vandaag de dag herinnert alleen de slogan ‘Internet, maar dan anders’ op de site van DDS nog aan de idealistische ontstaansgeschiedenis. En de naam zelf natuurlijk. Juist over die naam ontstond recent enig gekrakeel – een ouderwetse dorpsruzie.

Stichting De Waag organiseert donderdag en vrijdag een terugblik op tien jaar DDS. Volgens Flint maakt De Waag daarmee inbreuk op het merkrecht van DDS. ‘Die bijeenkomst is niet door ons georganiseerd. Ik wil niet dat er verwarring ontstaat’, aldus Flint. Volgens Stikker van De Waag is het geschil inmiddels ‘bijgelegd’. ‘Iedereen mag de naam DDS gebruiken’, meent zij.