Berooide goudzoekers

Er lijkt maar geen einde te komen aan de economische voorspoed. Hoge economische groei, lage inflatie, lage werkloosheid. En dat al jarenlang. Volgens de aanhangers van de theorie van de nieuwe economie zullen economische recessies door de technologische revolutie tot het verleden behoren. De internetbedrijven, die de voorhoede vormen van de nieuwe economie, maken echter moeilijke tijden door. Het ene na het andere bedrijf gaat op de fles.

Het begon allemaal met Netscape. Netscape was de eerste commerciële webbrowser, een programma waarmee je over internet kunt surfen. Bijna iedereen die vier, vijf jaar geleden op internet zat, gebruikte het programma van Netscape. Het programma dankte zijn populariteit vooral aan het ontbreken van goede, gratis alternatieven. Particulieren konden Netscape gratis op hun computer installeren. Winst maakte het bedrijf niet.

In augustus 1995 brachten de oprichters van Netscape het bedrijf naar de beurs. Op de eerste dag verviervoudigde de waarde van het aandeel Netscape: van 12 dollar tot 48 dollar. De ‘nieuwe economie’ was geboren. In de nieuwe economie gaat het niet langer om winst maken, zoals in de oude economie. Het gaat erom zoveel mogelijk klanten en gebruikers binnen te halen. Dan komt de winst vanzelf wel. Ooit. Winst maakt Netscape nog steeds niet. Het bedrijf is inmiddels overgenomen door internetaanbieder America Online en heeft nog maar een marginaal marktaandeel.

De grondlegger van de theorie over de nieuwe economie is Kevin Kelly, die in 1998 het boek ‘New Rules for the New Economy’ schreef. Kelly, hoofdredacteur van het internettijdschrift Wired, voorzag een structureel hogere economische groei als gevolg van de snelle technologische vernieuwingen. De gevolgen van de nieuwe economie zouden qua omvang vergelijkbaar zijn met de gevolgen van de industriële revolutie in de negentiende eeuw. Oude economische wetmatigheden zouden niet langer gelden. Inflatie en economische recessies zouden tot het verleden gaan behoren.

Het klinkt allemaal zo logisch, Kelly’s uiteenzetting over de nieuwe economische orde. Over een aantal jaren zal een groot deel van de Westerse bevolking op internet zitten. Die mensen zullen het net gebruiken voor het doen van boodschappen, het boeken van een vakantie, het zoeken van een nieuwe baan en voor ontelbare andere zaken. En daar is geld mee te verdienen. Veel geld, want internet maakt het bedrijven mogelijk om veel efficiënter te werken.

Wie op internet een winkel wil beginnen, kan dat bijvoorbeeld gewoon vanaf een industrieterrein doen. Een duur winkelpand is niet meer nodig. Klanten staan nooit voor een dichte deur. De winkel is 24 uur per dag geopend, 365 dagen per jaar. De voorraden kunnen de deur uit. De internetwinkelier belt de leverancier pas op, als een klant een bestelling heeft geplaatst. Ook het personeel kan veel efficiënter worden ingezet.

De theorie is verleidelijk. Zo verleidelijk dat de aandelenkoersen van internetbedrijven de laatste jaren tot duizelingwekkende hoogten stegen. Het achtervoegsel ‘.com’ was vaak voldoende om de koers van een aandeel op de eerste handelsdag door het dak te laten gaan. Beleggers staken vaak geld in een internetaandeel, zonder precies te weten wat het ‘bedrijf achter het aandeel’ deed. De oprichters van zulke bedrijven werden van de ene op de andere dag multimiljonair.

Vorig jaar bereikte het geloof in de nieuwe economie zijn hoogtepunt. De omstandigheden waren er dan ook naar. De Verenigde Staten beleefden nooit eerder zo’n lange periode van onafgebroken economische groei en de aandelenkoersen bleven maar stijgen. D66-leider Thom de Graaf greep de gunstige berichten over de nieuwe economie aan om het openbreken van het regeerakkoord te bepleiten. ,,Uiteindelijk zal alles new economy worden. De rest is dead economy”, voorspelde een andere D66’er, de voormalig minister van economische zaken Hans Wijers, in een discussie op de site van de Rabobank. Bedrijven uit de ‘oude economie’ zouden zich volgens Wijers moeten aanpassen aan de nieuwe regels van de nieuwe economie. ,,De grote bedrijven zullen niet overleven als ze niet in staat zijn om te herdefiniëren waar ze mee bezig zijn.”

Nog geen jaar later zijn het echter voornamelijk de ‘nieuwe’ bedrijven die het loodje leggen. In maart en april kwam de omslag. Steeds meer analisten begonnen openlijk te twijfelen aan de haalbaarheid van de plannen van de vaak jonge internetondernemers. Beleggers raakten het vertrouwen in de internetbedrijven kwijt en verkochten hun aandelen. Forse koersdalingen waren het gevolg. Ook de zogeheten venture capitalists die bedrijven financieren tijdens de opstartfase om vervolgens het grote geld binnen te slepen bij de beursgang, lieten de internetbedrijven vallen. Steeds minder internetbedrijven wagen de sprong naar de beurs. Tussen maart 1999 en maart 2000 vroegen 202 Amerikaanse dotcoms een beursnotering aan. In de periode van maart tot juni dit jaar waren dat er nog maar 18.

Ook in Nederland zagen veel bedrijven af van een beursgang. Het online warenhuis Hot-Orange bijvoorbeeld. Oprichter Roel de Hoop: ,,Het beursklimaat voor internetbedrijven is nu te slecht. Voor ons is het makkelijker om geld op te halen bij andere investeerders die wel waarderen waar we mee bezig zijn.”

Martijn Hoogeveen, hoogleraar multimedia en directeur van het internetbedrijf TakeItNow.com, juicht de meer kritische houding van investeerders en beleggers juist toe. ,,Vorig jaar zei een van de investeerders in Hot-Orange nog dat winst maken uit de mode is. De tijd dat je dat kunt zeggen is nu echt voorbij. Het komt er weer gewoon op aan dat je zwarte cijfers laat zien. Veel internetwinkels in Nederland hebben het daar moeilijk mee. Het V & D-concept, een warenhuis op internet, blijkt niet te werken. Zulke bedrijven bieden veel te veel verschillende produkten aan. Hot-Orange verkoopt bijvoorbeeld kleding, parfum en allerlei rare gadgets. Daar is op internet veel minder vraag naar dan ‘makkelijke’ produkten zoals boeken en cd’s.”

Op Amerikaanse sites houden cynici bij welke bedrijven er over de kop gaan en hoeveel mensen daardoor op straat komen te staan. Er zijn dit jaar al duizenden mensen ontslagen en aan de lijst met opgedoekte en half-failliete internetbedrijven lijkt geen eind te komen. De misdaadnieuwssite APBNews, de meubelzaak Living.com en de internetwinkel Value America: allemaal gingen ze kopje onder. Andere bedrijven, zoals de zoekmachine Altavista en de boodschappendienst Kozmo, moesten mensen ontslaan.

Het spectaculairste faillissement was dat van de kledingwinkel Boo.com in mei. De twee Zweedse oprichters hadden er in een halfjaar 135 miljoen dollar doorheen gejaagd. Dat lijkt veel, maar is nog niks vergeleken met de bedragen die de internetboekwinkel Amazon, het vlaggenschip van de nieuwe economie, ‘verbrandt’. Amazon maakt elke maand 115 miljoen dollar verlies.

Bovendien blijkt Amazon niet zo efficiënt te werken als je van een bedrijf uit de nieuwe economie zou mogen verwachten. Integendeel: de exploitatiekosten van Amazon zijn ruim twee keer zo hoog als die van de gewone ‘bakstenen-en-cement’ boekenketen Barnes and Noble. Amazon is veel meer geld kwijt aan marketing. Bovendien zijn de prijzen bij Amazon vaak lager dan bij gewone winkels, zodat de internetboekwinkel per produkt minder overhoudt.

Toch is Amazon op de beurs nog altijd ruim tien keer zoveel waard als Barnes and Noble. En dat terwijl de waarde van Amazon de laatste maanden al flink is gedaald. Op het hoogtepunt in december kostte een aandeel Amazon nog 113 dollar. Nu schommelt de prijs rond de 40 dollar. Het blad Red Herring becijferde onlangs dat de omzet van Amazon de komende twintig jaar elk jaar met tachtig procent zou moeten stijgen om de huidige beurskoers te rechtvaardigen. In juli meldde Amazon juist dat de verkoopcijfers stagneren. Jeff Bezos, de oprichter van Amazon die vorig jaar door Time werd uitgeroepen tot ‘man van het jaar’, voorspelt dan ook dat Amazon voorlopig geen winst zal maken. ,,Wij lijden nog op zijn minst tien jaar verlies.”

Ook in Nederland is verlies maken voor internetbedrijven nog altijd eerder regel dan uitzondering. Van de zeven internetbedrijven die Trouw de afgelopen weken bezocht, maakten er zes verlies. De klanten en bezoekers blijven vaak weg. Ondertussen moeten de werknemers wel uitbetaald krijgen natuurlijk. Shop.nl, de door prins Bernhard junior opgerichte internetwinkel, maakte vorige week een drastische koerswijziging bekend. De site richt zich nu alleen nog maar op mannen. Het assortiment bestaat vanaf nu voornamelijk uit ‘gadgets’ en ‘toys’ (‘extremely cool stuff’, volgens Shop.nl). Volgens multimedia-hoogleraar Hoogeveen ,,een duidelijk signaal dat het niet goed gaat.”

In Nederland zijn de eerste ontslagen ook al gevallen. Volgens een overzicht van de Nederlandse site After The Hype.com zouden dit jaar tenminste 31 mensen hun baan hebben verloren. Deze week kondigde World Online het ontslag van 143 personeelsleden van het Rotterdamse hoofdkantoor aan. Door de komende fusie met de Italiaanse provider Tiscali zijn de werknemers overbodig geworden. Volgens Hoogeveen is er bovendien veel internetleed dat onopgemerkt blijft. ,,De situatie op internet nu is te vergelijken met de fase van de industriële revolutie waarin Nederland zich aan het einde van de negentiende eeuw bevond. Toen had je allerlei kleine gloeilampenfabrieken. Uiteindelijk is alleen Philips overgebleven. Datzelfde zie je nu op internet. Allerlei piepkleine sites waarin mensen hun eigen geld hebben gestopt, gaan tegen de vlakte. Maar daar lees je nooit over.”

TakeItNow.com van Hoogeveen is een van de weinige Nederlandse internetbedrijven die winst maken. TakeItNow verkoopt computers via internet. Daarnaast helpt Hoogeveen traditionele bedrijven bij het opzetten van webwinkels. Met dat laatste verdient TakeItNow het meeste. ,,Uiteindelijk is het net als met de gold rush. De goudzoekers blijven berooid achter, terwijl degenen die schepjes en houwelen verkopen aan de gelukszoekers, de grootste kans op succes hebben.”

Dit artikel verscheen in Trouw.